ACUPUNCTUUR
De naam acupunctuur komt van het Latijnse "acus punctura", dat letterlijk "naalden steek" betekent. De Chinezen noemen dit systeem "Jing Luo", dat men kan vertalen als "zijden net van smalle paden".
De westerse geneeskunde gaat er vanuit dat communicatie van het gehele lichaam alleen via het zenuwstelsel plaatsvindt. Volgens de TCM bestaat er nog een ander systeem, dat als een elektrisch netwerk functioneert. Dit netwerk loopt onzichtbaar door en over het gehele lichaam. Dit netwerk noemt men acupunctuurbanen of meridianen. De energie die hierin stroom is Qi. Deze dient altijd gelijkmatig te stromen en voldoende aanwezig te zijn. Door problemen in deze energiestroom kunnen er ziektes ontstaan. Met behulp van acupunctuur kan men de Qi weer doen stromen.
Er bestaan 59 meridianen, waarvan 12 hoofdmeridianen die elk verbonden is met een van de orgaansystemen van ons lichaam. Ze lopen symmetrisch links en rechts door ons lichaam. Ze vormen samen een energetisch netwerk, op dit netwerk liggen de acupunctuurpunten waarin de therapeut naalden prikt. Door dit prikken kan de energie in de baan worden gemanipuleerd. Elk van deze punten staat namelijk in contact met een orgaan of met een bepaalde lichaamsfunctie. Zo zijn er punten die pijnstillend kunnen werken doordat door het prikken stoffen in de hersenen worden vrijgemaakt (de zogenaamde endorfines) die een zelfde werking hebben als pijnstillers.